Afbeelding
DAGBOEKNOTITIES

Zoek het rode rondje

Actueel 10 keer gelezen

We hebben het verkiezingscircus weer achter de rug. Wat een werk is er verzet. Politici kletsten zich blaren op de tong en de blondste van het stel twitterde zich blaren op de duimen. Journalisten typten zich blaren op alle vingers, flyeraars liepen zich blaren op de voeten en ook posterplakkers en stembureau-opbouwers werkten zich een slag in de rondte. Ze hadden eer van hun werk: een hoge opkomst. Geweldig, iedereen blij, een feest voor de democratie. Er is echter een groep door wie die hoge opkomst misschien met gemengde gevoelens is ontvangen. Een groep die wel eens in het zonnetje gezet mag worden. Een groep die monnikenwerk verricht heeft. Wat zeg ik, het leek me erger dan monnikenwerk. Monniken mochten nog rustig aan doorwerken, maar deze mensen werden voortgedreven door de wijzers van de klok. Ja, ik heb het over de stemmentellers.

Weet u nog hoe we gelachen hebben om het idee dat stemcomputers onbetrouwbaar zouden zijn, omdat ze wel eens gehackt konden worden? Ik tenminste wel. In gedachten zag ik dan een opgefokte puber zich achter de Catharijnekerk verschuilen, vanwaar hij via zijn telefoon probeerde in te breken in computers van omliggende stembureaus. Wie verzon zoiets, hoe paranoïde kon je zijn? Inmiddels weten we beter en wordt er om de klipklap van alles gehackt, van serieuze websites tot het twitteraccount van Donald Duck. Dus werden de stemcomputers weer in de stalling gezet en keerden we terug tot handmatig stemmen. Nou ja, ook best. Tot ik vorige week op tv zag wat dit voor de stemmentellers betekende. Allemachtig, het is een wonder dat hiervoor vrijwilligers te vinden zijn.

Als na sluitingstijd de containers omgekeerd worden, fladderen daar de biljetten uit. Maar 'biljet' is tegenwoordig geen juiste aanduiding meer voor het papier waarop we ons stipje zetten. Het lijken eerder fikse tafellakens geworden, op ingenieuze wijze in elkaar gevouwen. In het stemhokje hoorde ik links en rechts van me al indringend geritsel en zelf moest ik ook even frommelen voor ik de juiste kandidaat in beeld kreeg. Maar dat is klein bier vergeleken met wat de stemmentellers 's avonds te doen kregen. Op youtube zag ik hoe al die papieren tafellakens razendsnel uitgevouwen werden. Dan speurden de tellers de enorme vellen nauwkeurig af: welk rondje is rood gekleurd? Niet makkelijk, niet ieders keuze valt op de lijstaanvoerder. Vervolgens draafde men – met gespreide armen het vel voor de buik of boven het hoofd houdend – naar de stoel, tafel of plek op de grond waar het betreffende formulier op een stapel gelegd werd. En dat was nog maar het begin. Dan moest het tellen nog beginnen. Er werd gezucht, gesteund, gemompeld, achter de oren gekrabd, aan vingers gelikt, langdurig doorgebladerd en uiteindelijk leek het eind in zicht. Leek! Want toen moest alles nog gecontroleerd en nageteld worden. Dit in de eenentwintigste eeuw, volgens velen ook wel het digitale tijdperk genoemd. Chapeau voor al die vrijwilligers die bereid waren een avondje terug te keren naar de middeleeuwen.

Uit de krant