Afbeelding
DAGBOEKNOTITIES

Enge dieren?

Actueel 94 keer gelezen

Smaken verschillen. Logisch gevolg is dat je het nooit iedereen naar de zin kunt maken. Neem de paarden en runderen die in het duingebied vrij rondlopen. Sommige wandelaars vinden het een fijn, natuurlijk en 'authentiek' gevoel geven, anderen vinden het pure kitsch, want die beesten hebben hier in vroeger tijden ook nooit rondgestruind. Dan zijn er nog de mensen die er angst voor hebben. Er staan keurige bordjes geplaatst die aangeven hoe je je dient te gedragen. Flink afstand houden en nooit dwars door een kudde heen lopen, dat is de veilige koers. Mooie theorie.

Nu de praktijk. Wat doe je als zo'n clubje grazers zich op en langs het wandelpad heeft opgesteld? Wil je je aan de letter van de voorschriften houden, dan zou je rechtsomkeert moeten maken, want een afstand van minimaal vijftig meter aanhouden is hier onmogelijk. Voordeel: maximale veiligheid. Nadeel: je voelt je een lafbek én je komt niet waar je wezen wilt.

Zelf haal ik in zo'n geval diep adem en vervolg zo vastberaden mogelijk mijn voorgenomen route. Bij het passeren van de grote runderkoppen probeer ik snel te peilen hoe de stemming is. Kijkt het beest me nu lodderig en loom aan of heeft hij juist een gemeen loerende blik en staat hij klaar om mij met een onverhoedse beweging aan een van zijn gekromde horens te spietsen? Het blijft lastig inschatten als je geen kenner bent.

Laatst kwam ik weer eens in zo'n situatie terecht. Een flinke kudde stond wat onrustig heen en weer te drentelen. Sommige dieren wendden onverschilligheid voor, terwijl ze zich op hun maaltijd concentreerden, anderen hieven hun kop en wierpen doordringende blikken in mijn richting. Maar ik had geen keus. Rechtsomkeert maken was geen optie, dan zou ik nooit thuiskomen, ik moést erlangs. Dus daar ging ik maar weer, moedig voorwaarts.

Aan de andere kant van de kudde stond een jong gezin te aarzelen. Zij hadden nog wél keus. Ze zouden makkelijk van hun wandeling kunnen afzien en terugkeren naar het parkeerterrein. De vader, met een bange kleuter op zijn arm, had hier duidelijk geen zin in. 'Vooruit, doorlopen', riep hij naar zijn vrouw, die enige meters achter hem was blijven staan. In de kinderwagen, waarachter ze zich een beetje verschool, lag een baby. Aan de lijn had ze een jonge, enthousiaste hond, die wel zin leek te hebben in kennismaking met grotere diersoorten.

Of dit veilig was, wilde de moeder weten toen ik haar passeerde. Wat moest ik zeggen? Dat mij nog nooit iets overkomen was? Dat je in geval van nood altijd nog een sprintje kon trekken en het hazenpad kiezen?

Zíj, met die kleine baby, die kinderwagen over het hobbelige pad, de hond die speels aan de lijn stond te trekken? Samen met hém, op zijn slippers, zeulend met de peuter die inmiddels hartverscheurend huilde? Ik durfde de verantwoording niet aan. Wat ik deed, was helaas geen propaganda voor ons mooie duingebied. Ik adviseerde ze geen risico's te nemen. De vrouw zuchtte opgelucht en keek me dankbaar aan. De man vond me een lafbek, dat was duidelijk.

Uit de krant