Ooggetuigen van de oorlog: Sarie van Vliet-Schipper | WeekbladWestvoorne.nl
<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=5227960&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=weekbladwestvoorne.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=323" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>
Logo weekbladwestvoorne.nl
Sarie van Vliet-Schipper met haar trouwe huisgenoot Bubbles
Sarie van Vliet-Schipper met haar trouwe huisgenoot Bubbles (Foto: MdN)

Ooggetuigen van de oorlog: Sarie van Vliet-Schipper

  •   35 keer gelezen

Dit jaar vieren we dat 75 jaar geleden Nederland bevrijd werd. Na vijf jaar kwam er een einde aan de Tweede Wereldoorlog. Een oorlog die aan honderdduizenden Nederlanders het leven heeft gekost.

De nu 90-jarige Sarie van Vliet-Schipper overleefde de oorlog. Ondanks haar hoge leeftijd, weet zij echter nog tot in details over deze periode in haar leven te vertellen.

'Toen de oorlog uitbrak, was ik 11 jaar en woonden we in Rotterdam, omdat mijn vader op het tramstation in de Rosestraat werkte. Na het bombardement van Rotterdam zijn we in 1942 terug gegaan naar ons huis aan de Zandweg in Oostvoorne. Mijn vader, Simon Schipper, was machinist op het trammetje dat naar Rotterdam reed en weer terug naar Oostvoorne. De Engelsen loerden op het trammetje, vanwege het materiaal wat ermee naar de duinen gebracht werd voor de Duitsers om er daar bunkers mee te bouwen. Op een gegeven moment moesten ze stoppen bij het wachtlokaal bij de Paardenstal in Heenvliet en kon mijn vader met de passagiers niet meer verder, omdat er een Engels vliegtuig over vloog. Hij belde toen met het station op de Ruy in Oostvoorne en kreeg te horen dat hij zou worden opgehaald door twee andere machinisten met een losse locomotief. Ter hoogte van de Brielseweg in Oostvoorne, wat toen voornamelijk weiland was en waar amper nog huizen stonden, had het vliegtuig ze echter te pakken....de twee machinisten waren dood, maar mijn vader overleefde het. Mijn vader was toen echt helemaal overstuur.....'

'Zuster Visser kwam ons op een gegeven moment daarna vertellen dat we onder moesten duiken. Ik kreeg toen van haar een papiertje dat ik weg moest brengen naar dominee Leendert Vermeer. Ik ben lopend naar hem toe gegaan, want fietsen hadden we in die tijd niet. Ik weet niet wat er op het briefje stond, want ik had er niet op gekeken. Zo brutaal waren we vroeger niet. Toen ik het aan hem gaf, sprak hij de woorden 'Ik kom zo hoor mijn kind.' Ik ben weer terug naar huis gegaan en wat later kwam hij naar ons huis, want hij had onderduikadressen voor ons geregeld. Wat er binnen besproken is, weet ik niet, want daar was ik niet bij. Mijn vader vroeg zich af hoe de dominee kon onthouden waar iedereen allemaal heen moest. Maar hij zag dat de dominee een boekje had waarin hij een boom getekend had en daar gaf hij een kras door. En dat betekende dus de Boomweg in Rockanje. Ons gezin werd opgesplitst en dat was echt vreselijk. Van het afscheid weet ik dan ook niks meer, alleen dat ik het heel erg vond dat ik de poes moest achterlaten, want die mocht niet mee. Mijn oudste broer en ik gingen beiden naar een ander adres op de Boomweg. Hem heb ik pas na de bevrijding weer terug gezien. Mijn vader ging naar de familie Schipper aan de Aelbrechtsweg in Oostvoorne en mijn moeder en mijn jongste broer Piet naar Tinte. Die was toen 13 jaar. Op een gegeven moment ben ik van de Boomweg naar het onderduikadres van mijn vader gebracht. Ik ben toen achterop de fiets hierheen gegaan. Ik ben op de Boomweg zo'n drie of vier weken geweest en ik weet nog dat ik in die tijd een boodschapje moest doen bij het huis ernaast. Ik ging achterom, want vroeger kwam je niet door de voordeur. Ik kom daar binnen en daar zat een SS'er aan de tafel met een geweer naast zijn stoel. Hij zag dat ik schrok en zei toen 'Je hoeft niet bang te zijn hoor, het is goed.' Ik dacht toen alleen maar bij mezelf: 'Een SS'er en goed...?'

'Nadat ik naar mijn vader was gebracht hoorden we dat de dominee was opgepakt. De dominee had een radio in de preekstoel en daar kwamen de mensen dus naar luisteren. Hij is toen in de duinen eerst geknuppeld en uiteindelijk doodgeschoten, maar hij heeft geen woord gesproken en dus helemaal niets verteld. Hij heeft niet één naam genoemd...Zijn vrouw heeft de oorlog wel overleefd. Maar dat weet ik pas sinds een paar maanden. Arie Oranje had in die tijd een boerderij aan de Voorweg en hij werd 's nachts uit bed gebeld. Hij moest komen met een paard, omdat er een koetsje in een tankval aan de Ruigendijk was gereden. In dat koetsje zat dus mevrouw Vermeer. Ze had alleen maar een tasje bij zich en niemand weet waar ze toen is heen gebracht. Van de heer van Montfoort van De Duinhuisjes heb ik pas haar overlijdensbericht gekregen. Zij is in 1954 overleden in Noordwijk aan Zee.'

'In het gezin waar ik met mijn vader ondergedoken zat, waren we in totaal met zijn elven. Ze hadden zelf vijf kinderen en boden ook nog onderdak aan een kunstenaar en nog een meisje die daar vanwege de honger zaten. Ik weet nog goed dat we daar met zijn allen aan een hele lange tafel zaten in een zijkamertje en licht maakten door omstebeurt een kwartier te fietsen op een fiets die met haken boven de tafel aan het plafond hing. Zo kon er dus gekaart worden. Ik heb het hier heel goed gehad. Ieder had zijn taak, en er is nooit onenigheid geweest. Ik zorgde voor de was, kookte eten, mijn vader zorgde voor hout voor de kachel en de kunstenaar schilde de aardappels. Ik heb hier tot de bevrijding geleefd. En dan alleen maar binnen, want we mochten niet buiten komen. En als er iemand kwam, moesten mijn vader en ik ons verbergen op de zolder. Nadat dominee Vermeer vermoord was, heeft mijn vader nog een tijdje aan de Kloosterweg in Brielle gezeten, omdat we toen niet wisten of de dominee gepraat had. Maar nee, hij had echt niks gezegd......Toen mijn vader terug kwam, is hij voor de zekerheid in de druivenkas gaan slapen. Daar hing alleen maar een vloerkleed tegen de kou. En in de winter was het toen echt heel erg koud. Ik weet ook nog heel goed dat het 5-jarige buurjongetje toen, van de familie Toledo, vaak op zijn klompjes langs kwam. Mijn vader, die hij 'oom' noemde, maakte tekeningetjes voor hem. Met de bevrijding ging mijn vader naar ze toe en toen zeiden ze 'Siem, was jij dat, die oom...?' De buren hebben dus nooit geweten dat hij daar zat....'

'In de oorlog woonde Leen Rietdijk in ons huis. Zijn bijnaam was 'Leen de Ekster'. Waarom dat was, weet ik eigenlijk niet. En hij wist alles, want hij werkte zogenaamd voor de Duitsers. Hij kon communiceren met morsetekens, want hij had gevaren. Vanuit het transformatiehuisje aan de Heveringen, waar de Duitsers nooit kwamen, want er was geen stroom, zond hij vervolgens gegevens door naar Engeland. In het transformatiehuisje had hij namelijk een zender staan. Na de bevrijding waren er hier nog wat Duitsers en ineens stond er toen een Duitser op ons erf die Leen zocht. Wij schrokken ons dood. Maar hij wist dus blijkbaar ook niet dat Leen dus eigenlijk al die tijd aan onze kant had gestaan.'

'Het trammetje heeft nog tot 1965 gereden. Wat ik echt vreselijk vind, is dat veel mensen het over 'Het Moordenaartje' hebben, terwijl ze niet eens goed weten waar dit op gebaseerd is. Ja, er zijn ongelukken mee gebeurd en mijn vader heeft ook meegemaakt dat mensen ervoor sprongen. Voor een machinist is dit echt vreselijk om mee te maken, maar die kan daar helemaal niks aan doen. Je moest eens weten wat dit met de machinisten deed. Bovendien, een trein heeft toch ook mensen doodgereden, misschien zelfs nog wel veel meer, en die wordt toch ook niet zo genoemd? Ik zou dat echt graag ongedaan willen maken, dat de mensen het trammetje nog zo noemen. Die bijnaam mag eigenlijk gewoon nooit meer gebruikt worden, dat moet echt de wereld uit geholpen worden.'

'Vorig jaar in oktober was het 75 jaar geleden dat Dominee Vermeer werd doodgeschoten. Toen heb ik samen met mijn zoon een grote bos bloemen gekocht en hij heeft deze toen voor mij bij zijn graf gelegd. Dominee Vermeer heeft zo veel voor ons gedaan en hij kende ons niet eens. Ik heb zijn dood misschien mede daarom ook nooit goed kunnen verwerken. Ik was er altijd in gedachten mee bezig en eigenlijk ben ik dat nu nog steeds. Ik koester dan ook een door hem geschreven briefkaart die hij in de oorlog aan een vriend van hem heeft gestuurd in den Briel. Ik heb hem heel lang in een lijstje bewaard. Ik heb er nu nog een kopie van en het origineel hebben ze bij De Duinhuisjes.'

'Met de bevrijding vierden we feest en dansten we bij het gemeentehuis. Ook dat weet ik nog heel goed. En nu we dit jaar 75 vrijheid vieren, komen alle herinneringen weer naar boven. Ik slaap er gewoon niet van. Ik ben blij dat mijn ouders, broers en ik de oorlog hebben overleefd. Maar al die herinneringen draag je echt je hele leven lang met je mee.'


<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=5227960&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=weekbladwestvoorne.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=323" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>
Meer berichten
<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=9768114&size=160x600&promo_sizes=120x600&cb=[CACHEBUSTER]&promo_alignment=center&referrer=weekbladwestvoorne.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=323" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>
<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=5227962&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=weekbladwestvoorne.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=323" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>