Afbeelding
Dagboeknotities

Coronagedoe

Algemeen 105 keer gelezen

Als u dit leest is de situatie waarschijnlijk alweer drie keer veranderd. Maar nu, op het moment van schrijven, weet je niet meer of je lachen of huilen moet. Komische voorvallen wisselen zich af met trieste scènes. En vaak is het lachwekkend en verdrietig tegelijk.

Het coronatoegangsbewijs is een trigger voor velerlei soort gedrag. Mensen die het bewijs niet hebben en rustig de consequentie trekken: thuis blijven tot de bui overwaait. Mensen die het niet hebben, doen alsof ze van niets weten en bij controle helemaal uit hun dak gaan. Mensen die het niet hebben en de mazen in het net zoeken. Via de achterdeur de sportzaal in. Of de code van iemand anders kopiëren, wetende dat er nauwelijks identiteitscontrole is.

Dan zijn er mensen die wél zo’n bewijs hebben. Geen probleem zou je denken. Even telefoon pakken en hup naar binnen. Dat gebeurt, maar het kan ook anders. Je fietst met je toegangsbewijs op zak naar een locatie met controle voor de deur. Als de Boa van dienst je ernaar vraagt, roep je keihard en vol verontwaardiging: ‘Laten zien? Dat nooit!’ Vervolgens fiets je met een kwaaie kop met een rotvaart weer weg.

Tip voor journalisten of andere schrijvers: ga Boa’s interviewen, dan heb je geheid stof voor een bestseller. En als je toch bezig bent: neem politieagenten en ME’ers ook mee. En baliemedewerkers in ziekenhuizen. Of gewoon meteen alle baliemedewerkers.

Plekken waar de verwarring groot is: multifunctionele gebouwen. Ik ging naar de bibliotheek. Mondkapje voor m’n snufferd en naar binnen. Daar riep een man in een streng zwart pak op dwingende toon ‘goedemiddag mijnheer’! Dat vatte ik op als een verzoek om m’n toegangscode te tonen. En inderdaad, hij knikte tevreden. Ik liep verder. ‘Ho stop, wat is uw geboortedag?’ Ik noemde mijn verjaardag. Hij weer blij knikken. Ik weer verder. ‘O, u gaat niet sporten? Sorry, dan had u zonder controle naar binnen gemogen. Wel een mondkapje alstublieft.’ Maar dat had ik dus al op.

Trouwens, over het mondkapje. Soms hangt het nonchalant in snorren of baarden. Maar meestal draagt iedereen het weer braaf. Behalve een enkeling. Altijd leuk om daar dan een show van te maken. Dapper rondstappen in de supermarkt met een gezicht van ‘kijk mij eens! Zie je wel dat ik een verzetsheld ben?’ Ik zag zo een echtpaar rond paraderen. Ik zag de verontwaardigde blikken van andere klanten. Ik zag ook het dochtertje, dat van ellende wel door de grond wilde zinken.

Dan nog een ontroerend tafereel. Het regende en waaide. Voor de ingang van het Kruidvat stond een oude dame voorover gebogen, leunend op haar rollator terwijl ze moeizaam in haar tas rommelde. Na veel gedoe kwam er een hersluitbaar plastic zakje tevoorschijn. Zorgvuldig peuterde ze er een mondkapje uit. Ze pakte het bij de koordjes en deed het om, zonder het kapje met haar vingers aan te raken. Precies zoals we het anderhalf jaar geleden allemaal geleerd hebben.

Uit de krant