Afbeelding
Zomaar een Westvoornaar

Jan de Vries

Algemeen 512 keer gelezen

Hij woont nog in het huis waarin hij is geboren. En in de handel die zijn overgrootvader al dreef, beweegt Jan de Vries (71) zich ook nog steeds: eieren. Hoewel zijn vader en opa ook in de eierhandel zaten is de bijnaam ‘Jan Kip’ een naam die specifiek bij Jan hoort. Hij kreeg die naam ‘ergens eind jaren ‘60’ en hij draagt hem nu, zo’n vijftig jaar later, nog altijd met trots… 

In de poelierswinkel die Jan de Vries van 1966 tot en met de sluiting in 2015 bij zijn huis aan de Vleerdamsedijk in Rockanje dreef, wordt nog altijd gewerkt. ‘Het is natuurlijk niet meer zoals het was,’ zegt Jan. ‘De tijden zijn veranderd. Het poeliersberoep is zo goed als uitgestorven. Maar misschien wel juist daarom weten de mensen me nog altijd te vinden als er wild moet worden geslacht.’

Edelhert
Vooral landeigenaren die in vervlogen jaren rond kerst een haasje aan de deur plachten te hangen bij de mensen die ze daarvoor uitkozen, laten op hun land geschoten wild nog slachten en schoonmaken door Jan voordat ze het weggeven. ‘En jagers brengen hun wild ook nog bij mij,’ zegt de ‘poelier in ruste’. ‘Ik hou van mijn werk. Dat is mijn hobby. Ik heb niks met computers, weet niet eens waar de aan-en-uit-knop van die dingen zitten. Maar als er een edelhert bij mij wordt gebracht, gaat mijn hart sneller kloppen. Het is wel bijna een dag werk om daar biefstukjes van te maken, maar een grotere uitdaging dan zo’n prachtig dier geschikt maken voor consumptie, vind je in mijn vak nauwelijks.’ 

Verdwenen
Het spijt Jan dat zijn vak min of meer verdwenen is. ‘Maar het is zoals het is,’ zegt hij even berustend als begripvol. ‘Bijna niemand gaat meer om ’s morgens zeven uur aan het werk om er pas ’s avonds om zes uur mee op te houden. En kleine zelfstandigen zijn er al helemaal nauwelijks meer. Dat zie je overal, ook in de eierhandel. Die is structureel veranderd toen de grote pluimveebedrijven hun intrede deden.’

Betrokken
‘Mijn vader betrok zijn eieren nog van de kleine boertjes hier in Stuifakkers,’gaat Jan verder, ‘maar toen de grote bedrijven in Barneveld en in de Peel kwamen, werd het niet rendabel meer of een paar kippetjes te houden. Tot op vorig jaar voorzag ik deze regio nog van eieren die ik betrok van een pluimveebedrijf in Zeeland. Die handel heb ik nu overgedaan aan de vriend van mijn dochter. Maar ik blijf er nog wel een beetje bij betrokken, hoor.’

Busjes
‘Busjes,’ zegt Jan, ‘die zie je bij bosjes rijden. Er is geen aannemer voor een klus meer te vinden. In bijna elk beroep is er een tekort aan personeel. Want het lijkt wel of iedereen tegenwoordig pakketjes bezorgt. Ik woon op een driesprong en ik heb echt nog nooit zoveel busjes en bestelwagens zien rijden als nu in de laatste jaren het geval is. Nee, de tijden dat er bij Daan van Beelen een koe naar binnen werd gebracht voor de slacht, zijn over. In het slagersvak is het accent ook verschoven van de slacht naar de presentatie van het eindproduct. Traiteurs zijn de vakslagers tegenwoordig hè. 

Voetbal
Voordat het werk vrijwel al zijn tijd opslokte, blies Jan de Vries nog wel eens zijn nootje mee bij muziekvereniging Ons Genoegen in Rockanje. ‘Ik blies op de bugel,’ zegt Jan. ‘En ik zat op ‘de voetbal’. Was geen ster hoor, maar ik had er lol in. Ik heb ook van alles gedaan bij voetbalclub Rockanje. Bardiensten gedraaid, elftalleider geweest en grensrechter. Ik heb zelfs nog even in het bestuur gezeten. Altijd van de zondagafdeling natuurlijk, want op zaterdag was ik aan het werk. Ha, het laatste kampioenschap van ‘de zondag’ vergeet ik ook nooit meer. Toen was het van ‘Jan Kip op de middenstip’ en hop daar moest ik eraan geloven, kwam ik niet weg zonder dat ik het ‘volkslied’ van Rockanje zong. ‘Als Rokkenees geboren…’
 

Uit de krant