Afbeelding
Dagboeknotities

Gedogen

Algemeen 43 keer gelezen

Wat een heerlijk, feestelijk weekend was het. Eindelijk hoefden we niet meer naar Antwerpen af te reizen om niet-essentieel te winkelen. We konden gewoon lekker naar Rotterdam, of in onze eigen omgeving alles kopen wat ons hartje begeerde. En zelfs voor horecabezoek waren we niet meer veroordeeld tot buitenlandse reizen. Je kon gewoon in je eigen woonplaats een pilsje pakken. Niet dat het mocht, maar het werd gedoogd.

Daar was een hoop heisa over, maar zo vreemd is het niet voor ons. We zijn immers een land van echte gedogers. Neem het vuurwerkverbod. Tijdens de jaarwisseling was het afsteken van vuurwerk verboden. Maar ruim van tevoren werd het volk meegedeeld dat het verbod niet gehandhaafd zou worden. Iedereen herinnert zich wat er vervolgens gebeurde. Gedogen, het zit ons Hollanders in het bloed. Op het gebied van drugsgebruik hebben we er zelfs een officiële term voor: gedoogbeleid. Nou is het ook weer niet zo dat je als bestuurder maar wat in het wilde weg kan gaan zitten gedogen. Je moet wel weten wat je doet. Het gedogen kan actief, passief of selectief gebeuren. Het actief gedogen wordt in een gedoogbeschikking vastgelegd, waarbij de burger zichzelf kan informeren over toelaatbare gedragingen. Zonder gedoogbeschikking kan men ambtelijk gedogen. Bij passief gedogen heeft het bestuursorgaan kennis van een overtreding maar treft geen maatregelen en treedt niet handhavend op. Selectief gedogen gebeurt alleen op operationeel niveau, wat handhavers speelruimte geeft om effectiever op te treden tegen overlastgevend gedrag. Preventie van ongewenst gedrag en minimalisatie van overlast zijn hierbij de belangrijkste beweegredenen.

Je kunt je dus voorstellen dat onze burgemeesters best even hebben zitten kauwen op het gedoogbeleid voor afgelopen weekend. Horeca-ondernemers wilden actie voeren. Niet door met borden naar het Malieveld te gaan. Dat trekt geen aandacht meer en bovendien kost het alleen maar geld. Vandaar het idee om de boel open te gooien. Je verdient er wat mee en het is voor iedereen gezellig. Behalve voor eventuele handhavers. Die zouden goed de sjaak zijn. Wat te doen om dit probleem te voorkomen? Niet zo moeilijk: gedogen natuurlijk.

Gedogende burgemeesters lieten weten begrip te hebben voor de nood van de horeca. Dat klonk goeïg, meelevend, begripvol. Iedereen blij, zou je denken. Behalve niet-gedogende burgemeesters. Die voelden zich helemaal niet meelevend behandeld. Ben je bezig om normaal de wet te handhaven, sta je ineens te boek als onempathische zuurpruim. Dan heb je een nieuw probleem. Voet bij stuk houden of bakzeil halen? Wat geeft de doorslag? De zorg om je imago, het verdedigen van je principes, of het vermijden van onrust in de samenleving? Iedere burgemeester maakte een eigen keuze. Eén ding is zeker: een andersdenkende collega daarbij moraliserend toespreken scoorde geen punten. Dat was de pijnlijke les voor de burgemeester van Nissewaard die in deze kwestie lijnrecht tegenover zijn gedogende Voornse collega’s kwam te staan.

Uit de krant