Afbeelding
DAGBOEKNOTITIES

Vergrijzing

Algemeen 52 keer gelezen

Dat we aan het vergrijzen zijn, is geen nieuws. Er zijn in Nederland meer dan achthonderdduizend 80-plussers en meer dan tweeëneenhalf miljoen inwoners van 65 tot 80 jaar oud. De overheid wil dat ze zich zo lang mogelijk zelf blijven redden en zelfstandig blijven wonen. De middelen daarvoor wil of kan diezelfde overheid niet bieden.

Maar daar gaan we het vandaag niet over hebben. Wat opvallend begint te worden is dat niet alleen de grijze hoofden van bovengenoemde groepen zorgen voor een minder kleurig straatbeeld. Het lijkt erop dat onze omgeving in z’n geheel een grijze waas krijgt.

Denk alleen al eens aan onze auto’s. Vroeger wist je dat oom Karel een rood exemplaar had, de buurman een blauwe en tante Tiny, die reed vrolijk rond in een knalroze Fiat. Maar nu? Het merendeel van het blik op de weg is vaalwit, zwart of grijs. En dat is alleen nog maar buitenshuis.

Ga je tegenwoordig bij zestigminners op bezoek dan kom je in alsmaar hetzelfde interieur terecht. Het lijkt wel of er een strenge straf staat op kleurgebruik. Minstens één muur is antracietgrijs – in het slechtste geval allemaal – de kleuren van het bankstel en de gordijnen wijken daar hoogstens een tintje van af. En kijk eens uit hun raam! Geen struikje of bloemetje te ontdekken. De buitenruimte is geplaveid met donkere, grafzerkachtige tegels, met daarop geparkeerd hun asgrauwe vervoermiddelen.

Wat is er toch gebeurd? Deze vorm van vergrijzing is zeker niet te wijten aan de 65-plussers. Die hebben in de jaren zestig en zeventig rondgelopen in exotisch gekleurde kleding. In hun huiskamers geen grijs stucwerk op de muren, maar behang in wilde, psychedelische patronen. Ze hadden knaloranje lampen, paarse kussens, en een jungle van klim- en hangplanten voor hun ramen.

En wie herinnert zich niet het strandbeeld op zomerse dagen van vroeger? Het was een wirwar van kleurige windschermen en parasols, bedrukt met bolletjes, bloemen en strepen. Ook dat is voorbij. Wil je nu feestelijke kleurigheid op het strand zien, dan moet je er op winderige dagen naartoe. Dan zie je het vrolijke flapperen van de zeilen van kitesurfers met het complete kleurenpalet van de regenboog.

Over palet gesproken. De gemeente Brielle heeft een handboek opgesteld voor de indeling van de openbare ruimte, genaamd ‘het Briels Palet’. De ambitie is om samenhang te creëren in de uitstraling van de openbare ruimte, waar de terrassen onderdeel van uitmaken. Het idee is dat de historische binnenstad, de oude panden en het water zo de aandacht krijgen die ze verdienen.

De term Palet klinkt veelbelovend. Je denkt daarbij immers meteen aan veelkleurigheid. Toch hield ik m’n hart vast toen ik de folder met voorschriften bekeek. Wat zouden de voorgeschreven kleuren zijn voor de parasols op de Brielse terrassen? U voelt het al aankomen: er is keuze tussen licht en donker beige en licht en donker grijs.

Wat moet je ervan zeggen? Men vindt het chic en het is mode. En het zal zeker eenheid uitstralen. Maar vrolijk is anders.

Uit de krant