Afbeelding
Dagboeknotities

Handen uit je zakken

Algemeen 48 keer gelezen

Nog hoor ik hoe de juffrouw van de eerste klas in mijn oor schreeuwde: ‘Handen uit je zakken!’ En dat terwijl ik alleen maar probeerde het rammelen van de knikkers in mijn broekzakken te dempen. Want met knikkers de klas in, dat was een doodzonde.

Ik moest eraan denken toen we vorige week zagen hoe Jesse Klaver aan de interruptiemicrofoon Hugo de Jonge de mantel uitveegde. Steeds hield hij minimaal één hand in de broekzak. En dat terwijl hij tegen een minister sprak. Dát had mijn oude juf nog eens moeten zien.

Toen ik er eenmaal op ging letten zag ik het overal. Het is niet meer Jan met de pet die met z’n handen in z’n zakken staat. Het zijn de mannen met pakken die dat doen. Kamerleden die in debat zijn met ministers, CEO’s die een speech houden, wethouders die een officieel document overhandigd krijgen: ze staan rustig met een hand in de zak.

Waarom? Is het stoerdoenerij of een uiting van nonchalance? Vroeger leek je beslist een onopgevoede of onbeleefde pummel met deze houding. Dat is moeilijk vol te houden nu nette mannen in dure pakken het ook doen. Maar waarom verstoppen ze zo graag hun handen?

Volgens psychologen komt het door ongemak. Als je een gezelschap moet toespreken of moet poseren voor een foto, dan hangen je handen er hinderlijk overbodig bij. Ze willen wat te doen hebben, bijvoorbeeld een pen, bril of microfoon vasthouden. Is dat onmogelijk dat stopt de pakkenman ze het liefst ergens weg. Kijk maar naar onze koning, die doet het ook. Nee, niet in de broekzak, z’n moeder heeft hem heus wel geleerd dat dit geen pas geeft voor een vorst. Maar als het even kan laat hij toch een hand in de zak van zijn colbertje glijden. De koningin heeft het veel makkelijker. Zij heeft altijd wel een tasje of boeket om zich aan vast te klampen.

Hoe vind je nu als niet-koninklijke pakkenman een houding die fijn aanvoelt en er toch netjes en natuurlijk uitziet? Het advies van kenners is om de handen vóór het lichaam te houden, bijvoorbeeld met de vingertoppen tegen elkaar. Denk aan Donald Trump, of als je dat vervelend vindt, aan Angela Merkel. 

Nog eenvoudiger is het om met de ene hand je andere hand vast te pakken, het best ter hoogte van de navel. Doe je het hoger dan maakt het een houterige indruk. Te laag is ook niet goed; dan lijkt het of je nodig moet plassen. Vanuit deze basishouding is het mogelijk om zo nu en dan de handen – met de palm naar boven – zijwaarts uit te slaan, om woorden kracht bij te zetten. Een beetje omhoog bij woede (‘voorzitter, dit is werkelijk ongehoord’), een beetje omlaag bij verbazing of berusting (‘voorzitter, het is wel duidelijk, dit debat leidt tot niets’).

Tot zover het advies van deskundigen. Maar waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? Laat die handen toch gewoon lekker onderaan je armen bungelen. Zo zijn ze nu eenmaal gegroeid. Niks mis mee.

Uit de krant