Afbeelding
Dagboeknotities

Oorlogje spelen

Algemeen 52 keer gelezen

“Zullen we oorlogje spelen? Dan was ik de Duitser en jij de Jood en ik bracht je naar de gaskamer.”

Kunt u zich zo’n spelletje voorstellen? Natuurlijk niet. Het zou walgelijk zijn en zeer ongepast. Dat hoef je niemand uit te leggen.

Toch worden andere oorlogsscènes met veel plezier nagespeeld. De komende tijd zien we op allerlei plekken in Nederland weer soldaten van de Wehrmacht marcheren, in uniform, bewapend en wel. Wie had in de Tweede Wereldoorlog kunnen denken dat dit nog eens zou gebeuren en dat iemand daar plezier aan zou kunnen beleven?

In onze maatschappij krijgen jongens – en ook steeds meer meisjes – op allerlei manieren militaire rolmodellen voorgeschoteld. Het is dan ook niet vreemd dat ze soldaatje willen spelen. Bij een aantal verdwijnt die behoefte niet met het klimmen der jaren. Overal in het land zijn clubjes middelbare mannen die begin mei met opgepoetst geweer en helm weer in een tank of legerjeep klimmen. Nog niet zo lang geleden was dit ondenkbaar. Maar met het verstrijken van de tijd veranderen de ideeën over wat wel en niet kan.

De organisatoren van dit soort evenementen weten zelf ook wel dat het gevoelig ligt om Duits oorlogsmateriaal door de straten te laten rollen. Meestal is het argument dat dit niet zomaar voor de lol gebeurt, maar ‘om nooit te vergeten’. Zo kunnen we met eigen ogen zien wat er vroeger gebeurd is en dat zou de beste manier zijn om de herinnering levend te houden. Onzin natuurlijk. Als je aan educatie wil doen, dan kan dat prima met andere middelen en op andere wijze.

Het naspelen van oorlogssituaties gebeurt niet ter lering. Het is spel, ter vermaak. En waar vermaak is, daar komen mensen bij elkaar. En waar mensen bij elkaar komen, daar is handel. Dat lees je terug in toelichtingen van gemeentebesturen en ondernemersverenigingen op dergelijke evenementen. Het gaat dan over het ‘op de kaart zetten’ van een dorp of stad, tegenwoordig wel aangeduid als ‘citymarketing’.

Ter verontschuldiging wordt aangevoerd dat er weinig mensen zijn die nog actieve herinneringen aan de oorlog hebben. Wat is bij zoiets pijnlijks veel en wat is weinig? Feit is dat in Nederland 800.000 tachtigplussers leven. Als je als klein kind een bombardement hebt meegemaakt, of je vader werd ineens op straat opgepakt, of je hebt in de onderduik gezeten, dan vergeet je dat nooit meer.

Dan is er nog de generatie van hún kinderen. Opgevoed door ouders die lang in angst hebben geleefd, honger hebben geleden, buren hebben zien wegvoeren, familieleden hebben verloren. In het slechtste geval werd hun jeugd er door bepaald, in het beste geval was er ‘alleen maar’ die beklemmende sfeer in de meidagen. Dan werden de verhalen weer verteld. Of erger: dan werd er weer gezwegen.

De ‘allerergste’ dingen uit de Tweede Wereldoorlog zijn nog niet in het spel opgenomen. We zien geen uniformen van Waffen SS of Gestapo. Maar de Wehrmacht marcheert binnenkort weer door de straten. Pijnlijk voor u? Blijf dan maar binnen. Net als toen.

Uit de krant