Afbeelding
Dagboeknotities

Boomers

Algemeen 132 keer gelezen

Sommige problemen overvallen ons. Ineens breekt er een oorlog uit en komt er een vluchtelingenstroom op gang. Razendsnel moeten er oplossingen bedacht worden. Dat valt niet mee, maar (bijna) iedereen is van goede wil en helpt mee. Hoe vreemd lijkt het dan, dat er met problemen die je jaren van tevoren kunt zien aankomen niets gedaan wordt?

In 1945 kwam er een einde aan een lange, gruwelijke, wereldwijde oorlog. De wederopbouw kon beginnen. Er ontstond nieuwe hoop. En dat was het jaar daarop meteen te zien in de geboortecijfers. Er werden zoveel baby’s geboren dat men sprak van een geboortegolf. Die golf zette door. Van 1946 tot 1955 werden er in Nederland bijna tweeëneenhalf miljoen kinderen geboren. Deze ‘babyboom’ had enorme gevolgen voor de maatschappij.

In de jaren vijftig zaten de klassen van lagere scholen bomvol. In het decennium erna schoof de golf door naar middelbare scholen en universiteiten. Toen de ‘babyboomers’ wilden trouwen was de naoorlogse woningnood nog steeds niet opgelost. Dus ook op de woningmarkt was het dringen. De carrière van deze generatie is moeiteloos te volgen in cijfers van het CBS.

In 2011 ontving de eerste lichting een AOW-uitkering. Maar het recht op AOW op vijfenzestigjarige leeftijd was niet vol te houden: daarvoor waren de boomers te talrijk. De leeftijdsgrens werd naar boven bijgesteld. Toch is het ook voor de laatste lichting dit jaar zover: de boomers zijn dan allemaal met pensioen.

Ook dat is overal in de maatschappij te merken. Nu zijn er onvoldoende leerkrachten, verpleegkundigen, bouwvakkers, defensiemedewerkers, treinbestuurders en ga zo maar door. Maar voor een ander deel van de maatschappij zijn de gepensioneerde boomers juist een zegen. Zij houden het verenigingsleven draaiende, helpen mee in het onderhoud van natuurgebieden, restaureren monumenten, bemannen voedselbanken, staan achter de kassa in Wereldwinkels en bovenal ondersteunen ze de ouderenzorg.

Dat is broodnodig, want eerder was er iets heel vreemds gebeurd in onze verzorgingsstaat: het ‘bejaardenhuis’ was afgeschaft. De boomers gingen aan de slag in de nieuwe woonzorgcentra, waar hun ouders zogenaamd zelfstandig woonden. Ze bemanden de restaurants, verzorgden activiteiten en sjouwden rond met rolstoelen.

De laatste lichting boomers hoeft dat niet meer te doen. Hun ouders moeten nu liefst ‘gewoon’ zelfstandig thuis blijven wonen. De jongste boomers hebben na hun werkzame leven een nieuwe taak: ze worden mantelzorgers. Ze ondersteunen hoogbejaarden, die in te grote, onpraktische woningen zitten te vereenzamen.

Ondertussen nadert het probleem dat iedereen al vijfenzeventig jaar had kunnen zien aankomen. Waar gaan alle babyboomers straks zélf wonen als ze hoogbejaard zijn? Wanneer worden er passende woningen voor ze gebouwd? Of moeten ze, net als hun ouders, tot hun dood in huizen blijven bivakkeren waar jonge gezinnen graag in zouden wonen? En wie gaat er dan voor ze zorgen? Hoogste tijd voor een Deltaplan voor deze generatie.

Uit de krant