Ro Bravenboer was 17 jaar toen het water kwam en de dijk bij Oudenhoorn doorbrak.
Ro Bravenboer was 17 jaar toen het water kwam en de dijk bij Oudenhoorn doorbrak.

Watersnoodramp van 1953 staat bij velen in het geheugen gegrift

Algemeen 837 keer gelezen

Hellevoetsluis - “Het was helemaal niet leuk, maar je ondervindt het. Opeens loop je met je blote voeten door het koude water,” dat zijn de eerste woorden die Ro Bravenboer–Euser uitspreekt wanneer we haar vragen in haar herinnering terug te gaan naar die februaridag in 1953. 

Ro Bravenboer-Euser was 17 jaar toen de dijk bij Oudenhoorn doorbrak. Hoewel het dit jaar 70 jaar geleden is dat deze ramp plaatsvond kan Ro zich nog haarscherp herinneren wat er destijds plaatsvond. 

“Als Rotterdams meisje van gescheiden ouders woonde ik bij mijn tante in een kleine boerenwoning aan de Oudenhoornse Zeedijk. Het was zo’n typisch boerenwoninkje, waarvan er drie naast elkaar stonden. Er was geen elektra, geen waterleiding en we hadden een radio die was verbonden aan een accu. Verlichting hadden we door kleine gaslampjes, aangesloten op een gasfles.  Er verbleven meerdere mensen in dit huisje, waaronder mijn nichtje Agaath van Gelder. Zij was toen een baby van anderhalf jaar. Die avond en nacht waaide het verschrikkelijk, zodat mijn tante mijn toenmalige verloofde Maarten aangaf om maar te blijven slapen. Maar niemand van ons had in de gaten dat er iets verschrikkelijks te gebeuren stond.” 

Noodklok
Ro vertelt dat iedereen die nacht nog op bed lag toen de klokken van de kerk van Oudenhoorn die ochtend luidden. “Dat was al om vijf uur, hoorde ik later, maar wij woonden te ver van de kerk vandaan om het noodsignaal te horen.” Communicatiemiddelen waren er verder niet, dus die ochtend begon net als altijd. De jongens stonden vroeg op om de koeien te gaan melken.  

Ro vervolgt: “Wij lagen nog op bed. De melk moest aan de dijk gezet worden en toen de jongens daar kwamen, zagen ze dat het water al over de dijk stroomde. Ze kwamen snel naar huis, wekten ons en zeiden dat we wat spullen moesten pakken. Mijn tante pakte snel haar tas met wat papieren en geld er in en zette deze klaar.” 

Vervolgens nam Maarten de kleine Agaath op zijn schouders en liep iedereen zo snel hij of zij kon door het water naar de dijk in de richting van Zuidland.   “Op een gegeven moment kwam het water tot boven mijn middel en het waaide zo hard dat we ons nauwelijks staande konden houden,” vertelt Ro over deze tocht.  “We kwamen bij een hoger gelegen huis aan, daar warmden we ons op en kreeg ik droge sokken. Ook kregen we een oude kinderwagen, waarin we Agaath legden.  Toen vervolgden we onze weg over de dijk, er was toen nog geen weg onderaan de dijk. De kinderwagen moesten we ontzettend goed vasthouden, anders was deze zo met Agaath er in weggewaaid.“ 

Koeien gered
Uiteindelijk wist het gezelschap het huis van Frans Reijtenbagh te bereiken. Ro vertelt met een glimlach: “Hier bleek dat mijn tante niet haar eigen tas met geld en papieren, maar een er op lijkende tas van mij met mijn breiwerk er in had meegenomen.” In het huis van Reijtenbagh kon iedereen vervolgens blijven. “De jongens zijn de volgende dag nog naar het huis van mijn tante gegaan om de touwen waaraan de koeien stonden door te snijden. Er voeren toen tussen de huizen mensen met roeibootjes rond.”

Drie dagen daarna werd Ro geëvacueerd naar familie in Rotterdam.  Ze is daarna niet meer terug gegaan naar Oudenhoorn en ging onder andere in de huishouding werken bij fotopersbureau K.J. Adelmund in de Vlaggemanstraat. Daar kreeg ze de foto’s die bij deze tekst te zien zijn. Hierop is de afsluiting van het gat in de Oudenhoornse Zeedijk te zien. Het werd gedicht door middel van een casco van twee aan elkaar gelaste tankscheepjes die werden afgezonken in het stroomgat en vervolgens met zand werden volgespoten. 

Als we vragen of Ro nog angstig is bij extreem slecht weer antwoordt ze ontkennend. “In de beginjaren na de ramp was ik altijd bang, maar nu is dat niet meer het geval. Maar, de herinneringen zijn in mijn geheugen gegrift.” 

Het gat in de Oudenhoornse Zeedijk werd gedicht door middel van een casco van twee aan elkaar gelaste tankscheepjes die werden afgezonken in het stroomgat en vervolgens met zand werden volgespoten.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant