Afbeelding
Dagboeknotities

Moreel kompas

Algemeen 60 keer gelezen

Bent u nog net zo in de sfeer van feestelijke vrijheid als vorige week? Of heeft het normale leven weer z’n gangetje genomen en is dat fijne gevoel weer op de achtergrond geraakt?

De eerste week van mei is altijd een periode vol mooie woorden. We moeten gedenken hoe ons land geleden heeft in oorlogstijd, we moeten oppassen dat dit nooit weer zal gebeuren en we moeten dankbaar zijn voor onze vrijheid en onze democratie. Overal in het land zijn weer gloedvolle toespraken gehouden waarbij op allerlei manieren werd gevarieerd op deze thema’s. Het is goed dat dat gebeurt, want wat als we ermee stoppen?

Toch ligt er bij deze rituele redevoeringen een gevaar op de loer. Klinkt er inmiddels niet enige vrijblijvendheid door in alle stoere en heldhaftige voornemens over verdediging van de vrijheid? En zijn we niet bezig met zelffelicitaties als we spreken over onze democratie? We leven hier niet in oorlog, maar slachtoffers van de toeslagenaffaire of van aardbevingsschade kunnen nog weinig enthousiasme opbrengen voor democratie en rechtvaardigheid in ons land. Wat is er gebeurd dat zovelen al zo lang verwikkeld zijn in een strijd met de overheid, die ze niet rechtvaardig wil of kan behandelen?

Gelukkig klinken er de laatste jaren ook kritische woorden in de 4 mei lezingen. Arnon Grunberg vroeg zich in 2020 af of wij herdenken omdat het traditie is of omdat er meer op het spel staat. Hij wees erop dat herdenken moet uitgaan van de vaststelling dat het verleden niet voltooid is, van het besef dat de buik die het Derde Rijk baarde nog vruchtbaar is. En dit jaar durfde Hans Goedkoop in zijn lezing ongemakkelijke vragen te stellen.

Hoe kan het dat we met z’n allen vinden dat we geen brandstoffen meer moeten kopen van Rusland, maar het toch doen? Waarom krijgen we het niet voor elkaar om keiharde sancties in te stellen en ons eraan te houden? En waarom wilden we tot voor kort graag geld verdienen aan rijke Russen, terwijl we toen ook al wisten dat het ‘dievengeld’ was?

De antwoorden op die vragen weet iedereen. Het is nu eenmaal zo dat we best mooie principes hebben maar er niet graag pijn voor willen lijden. Want hoe moeten we zo snel aan andere brandstoffen komen als we geen olie en gas meer van Rusland willen kopen? Hoeveel mag het ons gaan kosten om snel alternatieve systemen van energiewinning op te zetten? En de andere Europese landen, die nog meer dan wij afhankelijk zijn van Russisch gas, gaan we die helpen? Willen we onze schaarse voorraad delen met anderen? Moeten we soms volgende winter kou lijden omdat we anderen gaan helpen? Mooie woorden over stoere sancties zijn tot daaraantoe, maar het moet wel gezellig blijven.

‘Dat nooit meer!’ Hoe vaak hebben we die woorden gezegd en gehoord bij herdenkingen? Maar nu woedt er in Europa een oorlog die ons sterk doet denken aan die van vijfenzeventig jaar geleden. Goedkoop vroeg ons in zijn lezing naar ons moreel kompas. Wat vinden wij rechtvaardig? Hoe willen we verder? Wat gaan we doen?

Uit de krant